Zorg en begeleiding op Jonglaren

De zorg op Jonglaren

Om de ontwikkeling van de leerlingen goed te kunnen volgen werken we naast de methodegebonden toetsen met het leerlingvolgsysteem van Cito.

Bij de kleuters nemen we vanaf groep 2 de toetsen Taal voor kleuters en Rekenen voor kleuters af. Vanaf groep 3 worden de leerlingen getoetst in februari en juni op de gebieden rekenen, spelling, woordenschat, technisch lezen en begrijpend lezen. Het meten van vorderingen biedt ons de kans om vroegtijdig leerproblemen te signaleren.

 

Twee keer in het jaar worden er groepsplannen opgesteld, in augustus en in februari. In het groepsplan wordt de onderwijsbehoefte beschreven van iedere leerling en alle gegevens verzameld. Dit start vaak met de resultaten van de Cito toetsen en de methode-gebonden toetsen. Daarnaast worden er observatiegegevens (ook a.d.h.v. ons leerlingvolgsysteem voor sociaal-emotionele ontwikkeling ‘ZIEN!’) en gegevens uit gesprekken met ouders en leerlingen verzameld. Naast dit groepsplan worden er plannen van aanpak geschreven voor elk vakgebied. In deze plannen van aanpak staat concreet beschreven hoe de zorg in de groep wordt uitgevoerd met de desbetreffende leerlingen.

In november en april worden de groepsplannen eventueel bijgesteld aan de hand van een tussenevaluatie. Er wordt bekeken of de ingezette hulp zijn vruchten heeft afgeworpen of dat er eventuele aanpassingen moeten worden gedaan.

 

Bij het maken van de groepsplannen en de plannen van aanpak gaan wij uit van een vaste verdeling binnen het onderwijsaanbod:

  • een basisarrangement (deze leerlingen krijgen de ‘standaard’ instructie)
  • een intensief arrangement (voor de leerlingen die zwakker presteren. Deze leerlingen krijgen verlengde instructie met daarbij begeleide inoefening en/of herhalingsstof)
  • een verdiept arrangement (voor de leerlingen die boven gemiddeld presteren. Deze leerlingen krijgen een verkorte instructie met daarbij verrijkingsstof of levelwerk).

 

Voor de leerlingen die op bepaalde onderdelen onvoldoende groei van hun vaardigheidsscore laten zien wordt extra begeleiding ingezet. Zowel deze leerlingen als leerlingen met een lage C (III), een D (IV) of een E (V) score worden in het groepsplan en het plan van aanpak in het intensieve arrangement gezet.

 

Aan het einde van elke dag wordt teruggekeken naar de dagplanning en wordt de uitvoering van de geboden hulp aan leerlingen bijgehouden in een zorgzuil. Hierin staat kort beschreven welke hulp er geboden is, hoe dit is gegaan en waar de komende tijd nog extra aandacht aan moet worden besteed.

 

Na elke methodetoets van rekenen, begrijpend lezen en spelling worden de resultaten door de leerkracht geanalyseerd. Het groepsoverzicht van deze toetsresultaten wordt uitgedraaid en op dit overzicht maakt de leerkracht een analyse; welke onderdelen vielen uit en moeten nog extra ingeoefend worden en hoe gaat dit gebeuren. Dit alles wordt weggezet in de zorgzuil in de groepsmap.

 

Om alle leerlingen in hun ontwikkeling te volgen, gebruiken wij als school een schoolcyclus, de kalender leerlingenzorg met vaste toets- en overlegmomenten die ons helpen de ontwikkeling van onze leerlingen in kaart te brengen. Zo zijn er vaste toetsmomenten, vaste momenten voor groeps- en leerlingbesprekingen, 10-minutengesprekken en spreekuren waarop we de ouders op de hoogte houden van de ontwikkeling van hun kind. Wanneer er acute hulp of begeleiding nodig is omdat ouders dit aangeven of omdat de leerkracht dit signaleert, is dat altijd mogelijk.

 

Intern begeleider

De leerlingenzorg wordt binnen de school gecoördineerd door de intern begeleider. Naar aanleiding van de toetsresultaten voert zij minimaal drie keer in het jaar besprekingen met de leerkrachten over de leerlingen waarover zorg bestaat. Doel is het in kaart brengen van de problematiek van individuele leerlingen en het bespreken van de gewenste stappen. Dit kan betekenen dat de leerkracht de leerling in een verdiept arrangement plaatst, de intern begeleider de leerling breder gaat bekijken of dat er een externe deskundige een leerling gaat observeren en/of onderzoeken om een beter beeld te krijgen van de oorzaak van de problematiek.

De intern begeleider is op de hoogte van de extra zorg die bepaalde leerlingen krijgen en begeleidt waar nodig de leerkrachten. Ook onderhoudt de intern begeleider contacten met alle instanties die betrokken zijn bij de zorg van onze leerlingen en koppelt dit regelmatig terug naar de leerkracht en de betrokken ouders.

 

Bovenschools niveau

Zoals elke school maken wij deel uit van een regionaal netwerk van scholen, instellingen en professionals die allerlei vormen van zorg aanbieden aan de leerling, aan het gezin waarin hij opgroeit of aan de leerkracht.

Via CONOD kunnen we gebruik maken van de expertise van onze schoolbegeleider of orthopedagoog van het onderwijsbureau Educonnect.

De intern begeleider heeft eens in de zes weken overleg met het ZOT (Zorg Ondersteunings Team) waarin een maatschappelijk werkster, een schoolarts en een schoolverpleegkundige zitting hebben. In deze setting kunnen met name problemen van sociaal-emotionele aard of problemen in de gezinssituatie besproken worden.

Ook kunnen we ondersteuning krijgen vanuit het speciaal onderwijs als er sprake is van de eerder genoemde rugzakleerlingen. Hiervoor is wel onderzoek en indicatie nodig.

 

Samenwerkingsverband

Sinds de invoering van het passend onderwijs in augustus 2014 hoort onze school bij samenwerkingsverband 22.01. Het samenwerkingsverband is een vereniging van elf schoolbesturen van alle basisscholen in de gemeenten Assen, Tynaarlo, Midden-Drenthe en Aa en Hunze. Het samenwerkingsverband heeft tot doel een samenhangend geheel van zorgvoorzieningen binnen en tussen basisscholen en in samenwerking met speciale scholen voor basisonderwijs te realiseren. De middelen voor het organiseren en uitvoeren van een zorgarrangement worden vanuit het samenwerkingsverband bekostigd.

Voor verdere informatie: www.passendonderwijs-po-22-01.nl