Passend onderwijs

Passend onderwijs

Ondersteuningsstructuur

De meeste leerlingen in de basisschool komen voldoende tot ontwikkeling met behulp van de basisondersteuning. Een kleine groep leerlingen heeft aanvullende ondersteuning nodig. Het gaat dan om leerlingen die opvallend gedrag vertonen, een ontwikkelingsvoorsprong of -achterstand laten zien en/of lichamelijke, sociale of emotionele problemen hebben.

Het bestuur van CKC Drenthe heeft zowel op schoolniveau als op bovenschools niveau (OnderwijsOndersteuning) mogelijkheden gerealiseerd voor het bieden van ondersteuning aan leerlingen, leerkrachten en/of ouders. Hieronder beschrijven we deze ondersteuningsniveaus:

Basisondersteuning

  1. In onze scholen werken betrokken en capabele leerkrachten. Leerkrachten zetten zich dagelijks in om de leerlingen zo te ondersteunen dat zij tot ontwikkeling komen. Zij geven instructies op maat, stellen leerlijnen bij, monitoren ontwikkeling en zorgen voor een positief groepsklimaat. Leerkrachten onderhouden contacten met ouders over de vorderingen van het kind (eren) en in welke mate zij ondersteuning nodig hebben.
  2. In onze school werken we met een betrokken en capabele onderwijsassistent, Wilma Thurkow. Iedere school binnen CKC Drenthe heeft een aantal uren onderwijsassistentie vanuit OnderwijsOndersteuning (OO). Op onze school is dat 12 uur. Deze uren kunnen we inzetten waar de ondersteuning van leerlingen meer uren vraagt in het klassenmanagement. Onderwijsassistenten kunnen de groep ondersteunen tijdens het zelfstandig werken, zodat de leerkracht tijd heeft om instructie te geven aan individuele of groepjes leerlingen. Onderwijsassistenten kunnen ook individuele of groepjes leerlingen begeleiden.
  3. Voor leerkrachten en onderwijsassistenten is het prettig als er met regelmaat iemand meekijkt naar de processen in de groep en de ontwikkeling van individuele leerlingen. Vanuit OO werken we met Intern Begeleiders. Voor onze school is dat Regina Hartlief-Wevers. IB-ers zetten zich in om leerkrachten en onderwijsassistenten te ondersteunen in de dagelijkse praktijk met leerlingen. Dat doen zij door leerlingbesprekingen, door te observeren in de groep en door te reflecteren met leerkrachten en onderwijsassistenten waarbij beeldbegeleiding ingezet kan worden.  IB-ers houden zich bezig met de ondersteuningsstructuur op schoolniveau en zijn gesprekspartner voor directies m.b.t. alle aan passend onderwijs gerelateerde onderwerpen. IB-ers ontmoeten elkaar regelmatig en delen kennis en ervaringen.
  4. De IB-er kijkt mee en adviseert de leerkracht m.b.t. de ondersteuning aan leerlingen. Soms is de vraag echter zo specifiek of complex dat de IB-er daarvoor wil overleggen met een specialist. Daarvoor kan de IB-er terecht bij het OndersteuningsTeam (OT). Het OT bestaat uit specialisten op het gebied van gedrag, orthopedagogiek, ontwikkelingspsychologie, ontwikkeling en onderwijs. Zij komen regelmatig op de scholen om te sparren met de IB-er. Om dat goed te kunnen doen komen zij ook in de groepen. Aan onze school zijn twee leden van het OT verbonden. Voor onze school zijn dat Agnes van Woudenberg (Ambulant begeleider / gedragsspecialst) en Christel Koperbert (orthopedagoog vanuit Educonnect).

Aanvullende ondersteuning

  1. Inzet van extra materialen. Hiervan is sprake wanneer een leerling specifieke hulp- en/of leermiddelen nodig heeft. Voorbeelden hiervan zijn: een andere lesmethode dan die wij hanteren, hulpmiddelen om een prikkelarme werkplek te realiseren of aanpassingen aan het toilet of meubilair.
  2. Onderzoek door het OndersteuningsTeam. Leden van het OT kunnen gericht onderzoek doen door middel van observaties en/of toetsen. Doel van onderzoek is het kunnen optimaliseren van de handelingsadviezen aan de leerkracht. Hiervoor wordt altijd de toestemming van ouders gevraagd. De uitkomst van een onderzoek wordt met ouders gedeeld en besproken.
  3. De IB-er onderhoudt contacten met de zorgondersteuners van de gemeente. Er is regelmatig contact met maatschappelijk werk en jeugdgezondheidszorg. De IB-er vormt met hen een ZorgAdviesTeam (ZAT). Wanneer uw kind(eren) besproken worden in het ZAT wordt u daarvan op de hoogte gebracht. Voor ons als kindcentrum is dit de ingang naar de tweedelijnshulpverlening.
  4. Wanneer ouders hulp zoeken voor hun kind(eren) bij een zorgaanbieder, werken we graag met hen samen. Wanneer het kan stemmen we handelingswijzen of leerlijnen op elkaar af.

Extra ondersteuning

Als blijkt dat de interventies vanuit de basis- en aanvullende ondersteuning op de basisschool onvoldoende bijdragen aan de ontwikkeling van de leerling, wordt overgegaan tot het bieden van extra ondersteuning.

SWV22.01

Binnen ons samenwerkingsverband wordt extra ondersteuning geboden op scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en op scholen voor speciaal onderwijs (SO). Toelating tot het SBO en SO verloopt via een onafhankelijke Commissie van Toelaatbaarheid (CvT).

De toelaatbaarheidsverklaring wordt aangevraagd door het schoolbestuur. In de aanvraag worden de ingezette interventies en de resultaten daarvan beschreven. Het OT schrijft daarop een deskundigenadvies. In dit advies wordt beschreven wat uw kind nodig heeft aan ondersteuning, waarom dat niet in het regulier onderwijs geboden kan worden en er wordt een afweging gemaakt of het aanbod gevonden kan worden in het SBO of SO. Onderdeel van de aanvraag is de zienswijze van ouders. Daarin beschrijven ouders hoe zij de ontwikkeling van hun kind ziet en wat zij vinden dat hij of zij nodig heeft. Soms wordt ook de zienswijze van de beoogde vervolgschool eraan toegevoegd. Daarin beschrijven zij hoe ze denken tegemoet te kunnen komen aan de ondersteuningsbehoefte van de leerling. De CvT bepaalt of een leerling toelaatbaar is voor het SBO of SO. Bij een positief advies ontvangt de leerling een toelaatbaarheidsverklaring en melden ouders hun kind bij de nieuwe school aan.

Voor meer informatie open het schoolondersteuningsprofiel via deze link:

SOP Jonglaren 2017-2018